Bronchopulmonale dysplasie bij prematuren (BPD) – bronchopulmonale dysplasie

Bronchopulmonale dysplasie bij prematuren (BPD), ook bronchodysplasie genoemd, is een chronische longaandoening die voorkomt bij premature pasgeborenen die langdurig ademhalingsondersteuning nodig hebben. 

De aandoening wordt veroorzaakt door verschillende factoren, waaronder onrijpe longen, agressieve mechanische beademing, infecties en oxidatieve stress.

De symptomen variëren naargelang de ernst en omvatten een langdurige afhankelijkheid van zuurstof of ademhalingsondersteuning, tachypneu, intrekkingen van de borstkas en inspanningsintolerantie. De diagnose wordt gesteld wanneer een baby op een postmenstruele leeftijd van 36 weken nog steeds zuurstof of ademhalingsondersteuning nodig heeft.

Behandeling

De behandeling steunt op een multidisciplinaire aanpak die erop gericht is longletsels te beperken en de respiratoire ontwikkeling te bevorderen.

  1. Preventieve maatregelen:
    • Niet-invasieve beademing verkiezen om longschade te beperken.
    • Corticosteroïden vóór de geboorte toedienen aan vrouwen met een risico op een vroegtijdige bevalling, om de longrijping van de foetus te versnellen.
    • Surfactant gebruiken om de longfunctie van prematuren met ademhalingsnood te verbeteren.
    • Neonatale infecties beperken door het gebruik van antibiotica te controleren en de preventiemaatregelen te versterken.
  2. Zorg op de afdeling neonatologie:
    • Gecontroleerde zuurstoftherapie om de schadelijke effecten van hyperoxie te voorkomen.
    • Voedingsondersteuning om de groei te bevorderen en de longcapaciteit te verbeteren.
    • Toediening van postnatale corticosteroïden in specifieke gevallen.
    • Multidisciplinaire begeleiding (neonatologen, pneumologen, kinesitherapeuten, psychologen) om indien nodig de zorg thuis te organiseren.
  3. Opvolging na ontslag uit het ziekenhuis:
    • Regelmatige respiratoire opvolging en aanpassing van de behandeling bij aanhoudende symptomen.
    • Vaccinaties (RS-virus, griep, pneumokokken) om het risico op ernstige luchtweginfecties te verminderen.
    • Respiratoire kinesitherapie om de verwijdering van slijmen en de efficiëntie van de ademhaling te verbeteren.
    • Medische opvolging op lange termijn (pneumologie, cardiologie, voeding, neuroontwikkeling, psychosociale begeleiding).

In het HUB krijgen deze kinderen een multidisciplinaire raadpleging, waarbij meerdere specialisten hen tijdens eenzelfde afspraak volledig kunnen evalueren.

Advies aan ouders

  • De medische aanbevelingen na het ontslag uit het ziekenhuis nauwgezet opvolgen, in het bijzonder de aanpassingen van de zuurstoftherapie en de ademhalingszorg.
  • De vaccinatiekalender naleven (RSV, griep, pneumokokken) om het kind te beschermen tegen infecties die de aandoening kunnen verergeren.
  • Een gezonde levensstijl verzekeren: blootstelling aan tabaksrook vermijden, een evenwichtige voeding behouden en een gezonde omgeving bevorderen.
  • Aandachtig zijn voor ademhalingssymptomen: als het kind snel ademt, intrekkingen van de borstkas vertoont of extreem vermoeid is, is het belangrijk om snel een arts te raadplegen.
  • Regelmatig opgevolgd worden door het medisch team (pneumologen, pediaters, kinesitherapeuten) om de evolutie van de aandoening op te volgen en de behandeling indien nodig aan te passen.
  • Begeleiding zoeken: psychologische en educatieve ondersteuning kan aan de ouders worden aangeboden om hen te helpen bij de zorg thuis en bij de emotionele gevolgen van de aandoening.
bronchodysplasie du prématuré bébé Huderf Hôpital Pneumologie néonatalogie

Specialisten in bronchopulmonale dysplasie bij prematuren (BPD) 

Prof. Nicolas Lefèvre | Dienst Pediatrische Pneumologie