Motorische handicap

Contact

+32(00)2 477 31 74
ciricu.jpg

Wat is een motorische handicap?

Een motorische handicap is een blijvende beperking van de mobiliteit of van het vermogen om bepaalde bewegingen uit te voeren (stappen, rechtop zitten, van houding veranderen, de ledematen gebruiken).

Het kan verband houden met:
• een neurologische aandoening (cerebrale parese, neuromusculaire aandoeningen, hersenletsels),
• een orthopedische aandoening (misvormingen, scoliose, groeistoornissen),
• genetische of spierziekten,
• tonus- of coördinatiestoornissen.

Afhankelijk van de oorsprong van de stoornis kan het kind:
• moeite hebben om zich zelfstandig te verplaatsen,
• een instabiele of pijnlijke houding hebben,
• technische hulpmiddelen voor mobiliteit nodig hebben,
• beperkingen ondervinden bij dagelijkse of schoolse activiteiten.

In het Kinderziekenhuis (HUDERF) wordt motorische handicap onder meer behandeld via de raadpleging Fysische Geneeskunde en Revalidatie en de raadpleging voor complexe mobiliteitshulp en positionering, die kinderen begeleidt die specifieke ondersteuning nodig hebben om zich te verplaatsen, correct te zitten of aangepaste apparatuur te kiezen

Begeleiding bij motorische beperkingen

De behandeling berust op een globale, geïndividualiseerde en multidisciplinaire aanpak, waarbij Fysische Geneeskunde en Revalidatie een centrale rol speelt.

 

De raadpleging voor complexe mobiliteits- en positioneringshulp (HUDERF)

Deze gespecialiseerde raadpleging richt zich tot kinderen en adolescenten:

• die moeilijkheden ondervinden om zich zelfstandig te verplaatsen;

• die een rolstoel, gespecialiseerde buggy of technisch hulpmiddel nodig hebben;

• met complexe positioneringsbehoeften (zitpositie, ondersteuning, steunpunten);

die voor het eerst mobiliteitshulp aanvragen of hun hulpmateriaal opnieuw moeten laten aanpassen.

 

Tijdens deze gezamenlijke raadpleging:

• beoordelen de arts van Fysische Geneeskunde en Revalidatie en de ergotherapeut de houding, de spiertonus, de mobiliteit en de veiligheid tijdens het verplaatsen;

• geven zij nauwkeurige aanbevelingen voor de positionering en de preventie van pijn en vervormingen;

• verwijzen zij naar de meest geschikte mobiliteitshulp;

• ondersteunen zij de gezinnen bij de administratieve stappen;

• coördineren zij de contacten met:

– de schoolomgeving,

– bandagisten/technici,

– externe hulpverleners (revalidatiecentra, kinesitherapeuten, diensten voor vroegtijdige hulpverlening).

 

De raadpleging fungeert als aanspreekpunt om het kind door te verwijzen naar andere gespecialiseerde diensten (orthopedie, neuropediatrie, kinesitherapie, psychomotoriek …).

Advies voor ouders

Samenwerken met de school

De raadpleging kan helpen om met de school in gesprek te gaan en het volgende aan te bevelen:

• aangepast meubilair (stoel, tafel, voetensteun),

• hulp bij de mobiliteit in het gebouw,

• een toegankelijkheidsplan voor het schoolgebouw,

• extra tijd voor verplaatsingen,

• coördinatie met het pedagogische team en het PMS.

 

Het emotionele welzijn ondersteunen

• Benoem de successen van uw kind: elke vooruitgang telt.

• Leg uit dat mobiliteitshulp een hulpmiddel voor zelfstandigheid is en geen teken van falen.

• Moedig uw kind aan om gevoelens over frustraties te uiten.

• Zoek oudergroepen of verenigingen om ervaringen en oplossingen te delen.

 

ciricu.jpg
Partenariat patient