Stofwisselingsziekten in het Kinderziekenhuis: 40 jaar evolutie
Van neonatale screening tot de vooruitgang in de genetica en de komst van doelgerichte behandelingen: de aanpak van stofwisselingsziekten bij kinderen is de afgelopen decennia ingrijpend veranderd. Naar aanleiding van de 40e verjaardag van het UKZKF blikken we terug op een baanbrekende expertise, waarbij vroegtijdige diagnose, therapeutische voeding en medische innovaties de toekomstperspectieven van jonge patiënten stap voor stap hebben verbeterd.
Wanneer screening het lot van kinderen verandert
Enkele druppels bloed, afgenomen tijdens de eerste levensdagen, kunnen vandaag een zeldzame ziekte aan het licht brengen bij een pasgeborene die nochtans volkomen gezond lijkt. Deze handeling, die voor generaties ouders vertrouwd is geworden, illustreert op zichzelf een ingrijpende evolutie binnen de pediatrie: bepaalde ziekten opsporen nog vóór de eerste symptomen optreden en ingrijpen voordat er soms onomkeerbare schade ontstaat.
In het Universitair Kinderziekenhuis Koningin Fabiola (UKZKF) is de geschiedenis van de zorg voor kinderen met stofwisselingsziekten nauw verbonden met deze revolutie. Toch begint die geschiedenis al lang vóór de opening van het ziekenhuis in 1986. Door de jaren heen hebben de vooruitgang in de biochemie, de therapeutische voeding en de genetica de diagnose en behandeling van ziekten die vroeger moeilijk te herkennen en soms onmogelijk te behandelen waren, ingrijpend veranderd.
Aan de oorsprong van pioniersexpertise
In de jaren na de Tweede Wereldoorlog krijgt de universitaire kindergeneeskunde in België geleidelijk vorm. In Brussel pleit prof. Robert Dubois voor een op dat moment bijzonder moderne visie op de kindergeneeskunde: een volwaardige discipline waarin patiëntenzorg, onderwijs en onderzoek samenkomen.
Aan de Université libre de Bruxelles (ULB) krijgt deze ambitie onder meer vorm met de oprichting van het Laboratorium voor Pediatrie, dat later verder wordt uitgebouwd door prof. Henri Vis. Hij richt zich in het bijzonder op stofwisselingsziekten en genetische aandoeningen. Samen met de professoren Dumont, Delange en Ermans verricht hij onderzoek naar congenitale hypothyreoïdie en vervolgens naar fenylketonurie. Ook voeding speelt een centrale rol in zijn onderzoek, onder meer via studies naar ondervoeding bij kinderen binnen Cemubac, het medisch centrum van de ULB in Centraal-Afrika.
Deze dubbele expertise op het vlak van voeding en stofwisseling legt de basis voor een specialisme dat in het Universitair Kinderziekenhuis Koningin Fabiola (UKZKF) verder tot ontwikkeling zal komen.
De Guthrie-revolutie: diagnosticeren vóór de symptomen optreden
Begin jaren 1960 ontwikkelt de Amerikaanse microbioloog Robert Guthrie een methode om fenylketonurie op te sporen aan de hand van enkele druppels bloed die op filtreerpapier worden gedroogd. De inzet is groot: zonder behandeling kan de ophoping van fenylalanine ernstige neurologische schade veroorzaken. Wanneer de ziekte zeer vroeg wordt opgespoord, kan ze dankzij een specifiek aangepast dieet onder controle worden gehouden.
In België behoort prof. Henri Vis tot de pioniers van deze revolutie. Vanaf 1966 komt de neonatale screening in België geleidelijk op gang. In 1974 wordt ze bij koninklijk besluit gereglementeerd. Onder impuls van Henri Vis groeit het Laboratorium voor Pediatrie van de ULB uit tot een van de belangrijkste Belgische centra voor de screening van stofwisselingsziekten bij pasgeborenen.
De eerste methoden zouden vandaag vrij omslachtig lijken: de Guthrie-kaarten worden handmatig verwerkt en geperforeerd, terwijl de analyses onder meer op microbiologische technieken berusten. Toch betekent dit een fundamentele ommekeer: het wordt mogelijk om bepaalde ziekten vast te stellen nog vóór de eerste symptomen optreden.
Zoals dr. Corinne De Laet het samenvat:
«De ziekten bestonden al, maar onze mogelijkheden om ze op te sporen zijn ingrijpend veranderd. »
1986: een ziekenhuis volledig gewijd aan kinderen
Wanneer het Universitair Kinderziekenhuis Koningin Fabiola (UKZKF) in 1986 zijn deuren opent, krijgt deze wetenschappelijke geschiedenis een vervolg binnen een uniek ziekenhuisproject: een universitair ziekenhuis dat volledig gewijd is aan kinderen en adolescenten.
Deze bundeling van expertise verandert de manier van werken. Bij de zorg voor een kind met een stofwisselingsziekte kunnen voortaan kinderartsen, klinisch biologen, diëtisten, genetici, neurologen, gastro-enterologen en tal van andere specialisten samenwerken.
Prof. Henri Vis vormt de schakel tussen de universitaire kindergeneeskunde van vóór de oprichting van het UKZKF en de pediatrie die zich in het nieuwe ziekenhuis verder ontwikkelt. Prof. André Kahn, die later de leiding over de pediatrie op zich neemt, versterkt in het bijzonder de banden tussen patiëntenzorg, onderzoek en onderwijs. Prof. Philippe Goyens draagt op zijn beurt bij aan de ontwikkeling van de pediatrische gastro-enterologie, voeding en stofwisselingsgeneeskunde.
Voeding als volwaardige behandeling
In het UKZKF beperkt de rol van voeding zich niet tot de behandeling van stofwisselingsziekten. Vanaf de opening van het ziekenhuis in 1986 begeleidt een team van diëtisten en een kinderarts gespecialiseerd in voeding de opgenomen kinderen. Geleidelijk groeit voeding uit tot een essentieel onderdeel van de zorg: ondervoeding voorkomen, de voedingsinname afstemmen op de behoeften van elk kind en de groei en het herstel bevorderen.
In 2005 toont een studie op twee afdelingen van het ziekenhuis het belang van het risico op ondervoeding bij jonge patiënten aan. De studie wordt het jaar daarop gepubliceerd door een team met onder anderen prof. Philippe Goyens en dr. Corinne De Laet. Ze benadrukt de noodzaak van voedingsscreening en een gecoördineerde aanpak, waarbij artsen, diëtisten, verpleegkundigen en apothekers samenwerken.
« Bij bepaalde stofwisselingsziekten is voeding even belangrijk als medicatie. »
Dr. Corinne De Laet
De behandeling maakt zo deel uit van het dagelijkse leven van het kind: thuis, op school, tijdens vakanties of verjaardagen. Diëtisten, psychologen, artsen en gezinnen werken samen om de ziekte onder controle te houden en het kind tegelijk de kans te geven zo normaal mogelijk op te groeien en te leven.
Van biochemie tot genetica: zichtbaar maken wat onzichtbaar was
Vanaf de jaren 1990 en vooral vanaf de jaren 2000 neemt de ontwikkeling van het vakgebied een hoge vlucht. Tandemmassaspectrometrie zorgt voor een omwenteling in de screening en de metabole analyses, terwijl de moleculaire genetica geleidelijk meer inzicht biedt in de oorsprong van de ziekten. Waar men vroeger moest uitgaan van symptomen en verschillende hypothesen moest onderzoeken, wordt het steeds beter mogelijk om de betrokken stofwisselingsroute te identificeren en soms ook het gen dat verantwoordelijk is voor de ziekte.
Het aantal bekende ziekten neemt aanzienlijk toe. Het gaat niet om nieuwe ziekten: de geneeskunde leert ze steeds beter herkennen. Voor gezinnen kan deze revolutie een einde maken aan jarenlange diagnostische onzekerheid. Ze maakt het ook mogelijk om de risico's binnen families beter in kaart te brengen en de behandeling steeds vaker af te stemmen op het precieze mechanisme van de ziekte.
Behandelingen die steeds gerichter ingrijpen
Lange tijd bestond de behandeling van een stofwisselingsziekte er vooral in het verstoorde mechanisme te omzeilen: de voeding aanpassen, vasten vermijden, een ontbrekende voedingsstof toedienen of een giftige stof verwijderen. Deze strategieën blijven essentieel, maar de behandelingsmogelijkheden zijn aanzienlijk uitgebreid. Bij bepaalde ziekten kan enzymvervangingstherapie vandaag een tekort aan een enzym opvangen. Andere geneesmiddelen grijpen rechtstreeks in op een stofwisselingsroute.
Gentherapieën bouwen voort op deze evolutie en bieden voor bepaalde aandoeningen het perspectief om rechtstreeks op de onderliggende genetische afwijking in te werken. Uiteraard bestaan dergelijke behandelingen nog niet voor alle stofwisselingsziekten, maar dankzij de precisiegeneeskunde kan de behandeling steeds gerichter inspelen op de oorzaak van de ziekte.
Opgroeien met de ziekte en volwassen worden
Er is nog een andere manier om de geboekte vooruitgang te meten: kijken hoe het de patiënten later vergaat. Dankzij screening, therapeutische voeding en nieuwe behandelingen bereiken veel kinderen met zeldzame stofwisselingsziekten vandaag de volwassen leeftijd, studeren ze verder, gaan ze aan het werk en bouwen ze hun eigen leven op.
Dit medische succes brengt een nieuwe uitdaging met zich mee: de overgang naar de volwassenenzorg organiseren. Voor Corinne De Laet is dit een belangrijk aandachtspunt. Een ziekte verdwijnt immers niet zodra iemand 18 jaar wordt. De expertise die tijdens de kinderjaren werd opgebouwd, moet ook daarna beschikbaar blijven, terwijl de jongere geleidelijk wordt begeleid naar meer zelfstandigheid.
Veertig jaar later, dezelfde ambitie
In 2026 lijken de manueel geperforeerde kaarten van de eerste screenings uit een andere tijd te komen. Massaspectrometrie, genetica, enzymvervangingstherapieën en nieuwe behandelingen hebben het vakgebied ingrijpend veranderd. Toch blijft het uitgangspunt van de pioniers hetzelfde: ziekten zo vroeg mogelijk opsporen, hun onderliggende mechanismen begrijpen en ingrijpen voordat de gevolgen onomkeerbaar worden.
Vandaag wordt deze expertise voortgezet binnen het H.U.B., waar de samenwerking tussen het Kinderziekenhuis, het Erasmusziekenhuis, de laboratoria en de verschillende specialisten uit de volwassenenzorg onder meer bijdraagt aan de continuïteit van de zorgtrajecten.
Van Robert Dubois tot Henri Vis, van Philippe Goyens tot Corinne De Laet: deze geschiedenis illustreert uiteindelijk de evolutie van de hele kindergeneeskunde. Van een geneeskunde die ingreep zodra een ziekte zich manifesteerde, naar een geneeskunde die ziekten al vóór de eerste symptomen kan opsporen, hun oorsprong kan achterhalen en steeds gerichter op de onderliggende oorzaak kan ingrijpen.
Voedings- en Stofwisselingskliniek | Universitair Kinderziekenhuis Koningin Fabiola
Stofwisselingsziekten | Universitair Kinderziekenhuis Koningin Fabiola
Jaren 1950 — De universitaire oorsprong
Prof. Robert Dubois richt het Laboratorium voor Pediatrie van de ULB op, dat vervolgens verder wordt uitgebouwd door Prof. Henri Vis.
1966 — De start van de neonatale screening
Prof. Henri Vis behoort tot de pioniers van de screening naar stofwisselingsziekten in België, meer bepaald naar fenylketonurie dankzij de Guthrietest.
1974 — De screening krijgt structuur
Een koninklijk besluit legt een kader vast voor de erkenning en subsidiëring van centra voor de screening naar aangeboren stofwisselingsafwijkingen.
1986 — Opening van het HUDERF
De expertise op het gebied van voeding en stofwisselingsziekten wordt verder uitgebouwd in een universitair ziekenhuis dat volledig aan kinderen is gewijd.
1988 — Wetenschappelijke continuïteit
Prof. Henri Vis en Prof. Philippe Goyens ondertekenen samen een wetenschappelijke publicatie over fenylketonurie.
2006 — Nieuwe therapeutische perspectieven
Dr. Corinne De Laet en Prof. Philippe Goyens publiceren een overzicht van de vooruitgang en uitdagingen op het gebied van erfelijke stofwisselingsziekten.
Jaren 2000–2020 — De opmars van de precisiegeneeskunde
Massaspectrometrie, moleculaire genetica en doelgerichte behandelingen veranderen geleidelijk de diagnostiek en behandeling van stofwisselingsziekten.
2026
Een expertise die zich blijft ontwikkelen, met nieuwe therapieën, gespecialiseerde voeding en begeleiding van patiënten tot op volwassen leeftijd.
Lees meer
https://www.amub-ulb.be/system/files/rmb/old/327?utm_
cvchercheurs.ulb.ac.be/Site/unite/ULB224.php?utm_
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/5494739/
https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/3064840/
https://www.amub-ulb.be/revue-medicale-bruxelles/277?utm
https://www.amub-ulb.be/system/files/rmb/old/320?utm